Waarom wil je wat je wilt, verlang je wat je verlangt? Waarom vind je wat je vindt? Waarom interpreteer je wat je voelt zoals je dat doet, en ook: hoe weet je dat het klopt?

Al terwijl je deze vragen leest, wellen antwoorden in je op. Reacties. Liber leert: geef ze de ruimte. Laat wat je vindt, zich verwoorden, wat je voelt, zich doen voelen. En wees daarvoor ‘slechts’ aanwezig. Ervaar het, bevraag het desnoods, maar vind er niets van, wil er niets mee.  Zoals een zeef op zand niet anders reageert dan op zout.

Wat je dat oplevert? Bevrijding uit een ik-concept dat zichzelf tot wetgever, uitvoerder en controleur tegelijk is. En dus per definitie met zichzelf overhoop ligt. Ik wil, ik vind, ik voel, ik verlang? De Liber leerling gaat zien: iedere zin die begint met het woordje ‘ik’, verkleint mijn levensruimte, tenzij… ik met een onbedekt oog leer zien wie het zegt.

Hiertoe leert Liber je om je energie te verleggen. Om niet de realisatie, maar een zo objectief mogelijke evaluatie van wat je wilt, voelt en verlangt tot je voornaamste bezigheid te maken. De oefening: je existentieel zwaartepunt niet te funderen in je denken en voelen, maar in je enkele bewustzijn daarvan. Een en al ontvankelijk oor te leren worden voor wat er in je leeft.

Concreet doe je dit als volgt: in ‘woordwolken’ schrijf je neer wat zich in je afspeelt. Alsof je de notulist van je eigen gevoelens en gedachten bent. Vervolgens lees je dit hardop terug zonder er wat dan ook van te vinden. Dit doe je net zo lang totdat de zeggingskracht van je woordwolk aan energie begint te verliezen en je merkt dat de rollen omgedraaid beginnen te raken. Dat het hoogste woord niet langer is weggelegd voor wat je denkt en voelt, maar voor je potentie daarvoor volkomen leeg en ontvankelijk aanwezig te zijn.

Een kracht waarvan je niet wist dat je hem had, wordt je tot nieuwe grond onder je voeten: je vermogen machteloos, als ‘niets’, te zijn voor al het ‘iets’ dat zich in je roert.

Wat er dan gebeurt is even raadselachtig als vruchtbaar. Uitgenodigd zich zonder voorbehoud te delen met je onvoorwaardelijke belangstelling – je ‘niets’ -, begint wat je vindt, voelt, wilt en verlangt – je ‘iets’- zich te reinigen en te ordenen. Angst door het onbekende te worden overvallen, maakt plaats voor een verlangen ermee kennis te maken. Wat achterhaald is laat zich vervangen door wat wel aan de orde is. Je denken durft te gaan evolueren en gaat harmoniëren met plaats en tijd.

Verlost uit een zwevende zelfconstructie, kom je met beide benen op de grond te staan.